Het vertrouwen van de Belgische ondernemers is al meerdere maanden achter elkaar gedaald, meldt de Nationale bank van België. Daarmee komt het vertrouwen op het laagste punt sinds zeven maanden. De Nationale Bank, die steekproeven uitoefent bij ondernemers kwam op een daling van maar liefst 6,8 procent in mei, dat is een afname van 2,2 procent ten opzichte van april dit jaar. In de landbouw sector neemt hierdoor het consumenten vertrouwen af wat lijdt tot een afname van het productieproces.

De vooruitzichten in de landbouw eveneens ook niet best. De nijverheid neemt af doordat het vertrouwen afneemt. De reden hiervoor is de positie van de orders die momenteel erg laag ligt. Ook de handel in België heeft het zwaar te voortduren. Het producenten vertrouwen is in mei afgelopen jaar het meeste gedaald, reden hiervoor zijn de slechte vraagvooruitzichten. Bij de leveranciers werden tevens ook minder producten besteld.

Het producentenvertrouwen binnen de ondernemingen, op het gebied van diensten, heeft opmerkelijk een opwaartse stijging. In tegenstelling tot maart en april is het vertrouwen gestegen. Afgelopen maart en april waren sombere maanden op het gebied van ondernemersvertrouwen.

De toegangen tot de bankkredieten zijn versoepeld, wat inhoudt dat bedrijven gemakkelijker geld kunnen lenen bij de banken. Hierdoor kunnen bedrijven gemakkelijker geld lenen waardoor er meer investeringen voorziet kunnen worden. Deze toegang heeft een positieve werking op het ondernemersvertrouwen, omdat banken normaal gesproken de algemene voorwaarden versoepelen in tijden van een opkomende conjunctuur. Men gebruikt enquêtes om te peilen hoe de algemene voorwaarden zijn veranderd ten opzichte van de voorgaande kwartalen. De cijfers uitte positief in april. De kredietbelemmering in april was 19.8 procent tegenover 24,2 procent in januari.

Niet alles lijkt zo positief zoals het weergegeven wordt. Naast de kleinere bedrijven (< 250 werknemers) kunnen gemakkelijk geld lenen, omdat de kredietbelemmering afgenomen is. Voor grotere bedrijven (ca. 250 – 499 werknemers) is de kredietbelemmering toegenomen. Grotere bedrijven zijn vaak grotere bedragen geld nodig en krijgen het dus minder snel rond met de bank. Deze feiten zijn ook terug te zien in de statistieken die de Nationale Bank van België heeft weergegeven. De belemmering was in januari 11.5 procent, tamelijk lager dus dan voor kleine bedrijven. In april was de belemmering al gestegen tot 22.2 procent.

Of België in een opkomende conjunctuur zit is dus nog maar de vraag. Kleinere bedrijven kunnen gemakkelijk geld lenen maar de grotere bedrijven die voor België belangrijk zijn kunnen niet zo gemakkelijk geld lenen. Hierdoor kunnen bedrijven in verhouding met kleine bedrijven minder investeren waardoor de winst niet kan groeien.